SBNO.ORG

Vreeland

Datum van invoeren: 17-05-2021

De orgelmaker Knipscheer (Hermannus II) maakte in 1852 een nieuw orgel voor Vreeland. Hoewel men eerst contact had met de Utrechtse orgelmaker C.G.F. Witte kiest men uiteindelijk toch voor Knipscheer die voor 1852 diverse orgels had gerealiseerd in Amsterdam, Sloten en Zandvoort. De orgelmakers waren zeer betrokken bij Vreeland, Hermannus III werd namelijk de eerste organist. Het orgel heeft een fraai uiterlijk maar is in feite een klein instrument met 8 stemmen op 1 klavier met een trede om sterke stemmen uit te schakelen. Het pedaal was aangehangen.
Na een brand in 1857 werd het orgel door Knipscheer hersteld. Na enkele kleine wijzigingen komt dan in 1928 de fatale klap voor het instrument: door Valckx en van Kouteren werd er in feite een nieuw, inferieur orgel gebouwd in de oude kas. Gelukkig werd al het Knipscheer pijpwerk hergebruikt.
Ten slotte wordt in 1969 een poging gedaan om, bij gelegenheid van de kerkrestauratie, het orgel te reconstrueren, door A. de Graaf te Leusden onder advies van Klaas Bolt. Tevens werd het verplaatst naar de torenzijde omdat het koorgedeelte (het orgel stond op de afscheiding van schip en koor) weer bij de kerk getrokken wordt.
Omdat het orgel nu toch aan groot onderhoud toe is zal door orgelmaker Elbertse worden geprobeerd om het orgel nog meer in de lijn van Knipscheer te krijgen, aangezien dat in 1969 niet voldoende lukte. Dit werk zal worden uitgevoerd onder advies van Jaap Jan Steensma en ondersteund met € 1.500,00.


2021 © Alexander Bunt